Groen Huldenberg stelt zich vragen

HULDENBERG - 19-12-14 - Groen Huldenberg stelt zich vragen bij plotse verkoop OCMW-gronden
Op de OCMW-raad van 16 december besliste de meerderheid (Open VLD-CD&V) samen met oppositieparij N-VA om plots twee OCMW-gronden in Neerijse te verkopen. Dat het OCMW gronden verkoopt om financiële redenen, is begrijpelijk. Maar in dit geval is de vrees voor een juridische procedure een bizar, bijkomend argument. Waarom verkoopt een OCMW een stuk grond uit angst voor een juridische procedure omtrent zijn eigendom?
In de zomer van dit jaar bracht de Groen-fractie het OCMW-bestuur op de hoogte van een mogelijk onterecht gebruik van en van een onterechte bebouwing op een gedeelte van een OCMW-perceel grenzend aan de zandontginning in de Ganzemanstraat te Neerijse.
De Groen-fractie diende op de OCMW-raad van 24 juli een voorstel in om die vermoedelijke overtreding door een onafhankelijke landmeter te laten vaststellen. De meerderheid ging hier echter niet op in met de argumenten dat dit onnodig geld zou kosten en dat de betrokken firma de kans moest krijgen om zich te verdedigen.
In de OCMW-raad van 25 september gaf de meerderheid dan toch toe dat het vermoeden van de Groen-fractie gegrond was. Het verslag van de landmeter van het betrokken bedrijf gaf inderdaad aan dat een stuk van het OCMW-perceel 373 A wordt gebruikt voor de exploitatie van een zandgroeve. Gebouwen, een omheining en een weegbrug staan én een verharde weg ligt gedeeltelijk op een stuk van het bewuste perceel 373 A, eigendom van het OCMW.
Daarop onderzocht de Groen-fractie de juridische situatie van het bewuste perceel. Misschien kon via een domeinvegunning met opstalrecht de situatie worden geregulariseerd? Misschien zijn er erfdienstbaarheden in het spel, naast de erfdienstbaarheid om de zandgroeve te bereiken via een verharde weg op hetzelfde OCMW-perceel 373 A buiten de zandontginning?
Tot op vandaag is niet aangetoond - door het OCMW noch door de betrokken firma - dat het gebruik van een deel van de OCMW-grond gewettigd is via erfdienstbaarheden vastgelegd in een notariële akte. Er bestaat ook geen besluit van de OCMW-raad waarin in het verleden ooit een domeinvergunning werd verleend in ruil voor een opstalrecht. Er is dus op dit ogenblik geen sluitende juridische argumentatie om het stuk OCMW-grond te gebruiken.
Tevens zijn er nog andere juridische hinderpalen om op dat perceel een commerciële activiteit, in dit geval een zandontginning, te exploiteren. In de bouw- en milieuvergunningen voor de weegbrug, de omheining, de gebouwen en de wegverharding komt het perceelnummer 373 A niet voor. Het perceel is, samen met het aangrenzend perceel 374 E, ook eigendom van het OCMW, ook ingekleurd als gebied voor openbare nuts- en gemeenschapsvoorzieningen en niet als ontginnings- of exploitatiegebied. Dat betekent dat de aanwezigheid van
de omheining, de gebouwen, de verharde weg en de weegbrug niet in regel zijn. Een gedeelte van perceel 373 A wordt dus door een privébedrijf op een onreglementaire manier aangewend.
De Groen-fractie kwam, na een ernstig onderzoek van de juridische situatie, tot de vaststelling dat er geen mogelijkheid is om de firma een domeinvergunning met opstalrecht te verlenen. Er blijft maar één mogelijkheid over. Daarom stelde de Groen-fractie voor om het bedrijf de kans te geven op een redelijke termijn de OCMW-grond te verlaten en in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Dit is de enige correcte oplossing binnen het reglementair kader.
De meerderheid stemde op 16 december, met steun van oppositiepartij N-VA, tegen het Groen-voorstel. De OCMW-raad aanvaardde - zonder de steun van Groen - de onmiddellijke verkoop van de twee OCMW-percelen in Neerijse: het bewuste 373 A en het aanpalende 374 E. Dat de meerderheid financiële redenen aanhaalt voor de verkoop, is nog te begrijpen. Maar de tweede reden is volgens de meerderheid: ‘Het vermijden van een juridische procedure om het perceel vrij te maken en het feit dat het niet opportuun is dat het OCMW hieraan zijn financiële middelen besteedt.’
Dus worden de gronden snel verkocht, omdat het OCMW angst heeft voor een juridische procedure. Dit speelt uiteraard volledig in de kaart van de uitbater van de zandgroeve die op onreglementaire wijze dat stuk grond van het OCMW gebruikt. Met andere woorden: het OCMW staat als openbaar bestuur toe dat op een onwettige wijze een gedeelte van zijn grond onterecht wordt gebruikt als ontginningsgebied.
De meerderheid binnen de OCMW-raad legt dus de juridische toestand naast zich neer en neemt afstand van de reglementeringen inzake milieuvergunning, bouwverguning en het ruimtelijk structuurplan. Dit is een uiterst bedenkelijke houding voor een openbaar bestuur. Door het perceel snel te verkopen geeft het OCMW een belangrijk instrument uit handen om de uitbater te dwingen zich in regel te stellen. Dit is geen behoorlijk bestuur.
Daarom vraagt de Groen-fractie dat de meerderheid op de OCMW-raad van januari alle juridische elementen meedeelt, waaruit zou blijken dat de firma op een reglementaire wijze een gedeelte van een OCMW-eigendom voor eigen belang gebruikt. Kan de meerderheid dat niet, dan zal zij met een voorstel moeten komen om het probleem correct en binnen het juridische kader op te lossen.
Maar de grond snel verkopen heeft niets te maken met de onreglementaire toestand en is dus fundamenteel geen goede oplossing. Groen denkt niet dat een openbaar bestuur het zich kan permitteren om dat met gesloten ogen toe te staan.

Print      E-mail      Bekijk het fotoalbum          

Datum: 19-12-14 • Uur: 14u08

Auteur: Marc • Mail de auteur

Lokaal nieuws uit Huldenberg

Agenda Hoofdpunten Politiek Sport Cultuur